Iets en het dreigement
- joycewillemse
- 25 jul
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 15 aug
Deze blog schreef ik 25 juli. Ik gaf er geen reuring aan. Sinds dat ik vanochtend om zes uur zag dat iemand vannacht "een schriftelijke uiting deed van een wens of voornemen mij te doden, of het suggereren van een dergelijke daad", voelt de oude titel te zonnig. De tekst van a tot z:
Intentie: Vanuit mijn hart verbinding maken met het lege vel papier. Maar mijn hart huilt vandaag nog en mijn geest en mond willen zwijgen. Bij de rust in mezelf blijven die ik telkens weer opzoek. Blijven bij wat wel is. Tegelijkertijd kookt het water, of beter: vlamt het vuur in me. Ik wil dingen schrijven. Uiten dat het echt niet oké is wat er gebeurt. Dat de wereld weet wat gaande is. Dat híj dat weet en begrijpt waar ik al zo lang mee te kampen heb. Dat hij met andere ogen naar mij kan kijken, zoals ons team zaterdag 12 april in de middag wilde dat anderen dat via de verhalen doen. Sinds het bewijs omtrent de stalking kon ik amper geloven wat hardnekkig en vol overtuiging anoniem wordt voorgeschoteld. Al ga ik bijna altijd uit van het goede, hier zijn de goede bedoelingen ver te zoeken.
Het anonieme account toont al lange tijd mij constant in de gaten te houden. Te echoën. Te weten. Ik observeerde dit zonder te reageren en liet me er zo min mogelijk door beïnvloeden. Maar het was niet ingebeeld. Dingen van vroeger. Dingen van nu. Van hem. Van zzp-werk. De voorzijde van mijn kerstkaartje aan. Merk auto. Met aanhef. Van familie. Mijn drie meest gebruikte emoticons. Te veel om op te noemen. En erger. Wachtwoorden tonen. Om vervolgens na die signalen die op waarheid gebaseerd zijn, van alles te beweren. Kwetsen. Dreigen. (Vannacht werd er een doodsbedreiging aan mij gericht - op 28 juli, iets met een kogel). Mij uit te dagen kijk daar online, het bewijs staat er. Waar begreep ik eerst niet. Iets met toeval.
Ik wil die persoon/ mensen, schrijven: “En dan geeft u nu anoniem toe bewust opzettelijk te verpesten en dat u vindt daar goed aan te doen? En zo dus een excuus te hebben om zonder schaamte of schuld over mijn leven te willen beschikken, te kwetsen of te bepalen wat voor mij het beste is?”
En er is al twee keer rondgebazuind dat ik met iemand ben, dat ik gelukkig ben, of elders ben terwijl dat helemaal niet zo is of was. Dus ook niet met een bekende "Dariusz". Want niets liever was dan mogen zijn in wat ik voel en vanbinnen verbindingsvol ervoer, ook in het non-fysieke.
Jullie predikten steeds dat er geen hoop is. Op meerdere manieren. Jullie zaaiden zaadjes om iets in mijn geest te willen planten. Schreven zelfs “de waarheid” te kennen. Sterker nog, die te claimen. Lieten merken mij maar onnozel te vinden; dat ik het niet wil zien. Verwezen ondertussen naar bekenden. Jullie verspreidden 'liefde' met een ondertoon van spot en hatelijkheid, verwezen in een geleende naam naar voetballers of een woonplaats in de buurt. Wilden dat ik zou zien. Wilden me laten geloven wie erachter zit. Wat niet lukte. En nu juichen jullie dat ik “mijn bankje kwijt” ben?
Met andere woorden: vieren samen de overwinning van iets waar je zelf doelbewust aan bijdroeg? U gebruikte een typische zin uit een oude tweet van mij, zodat ik onweerlegbaar zou weten dat het inderdaad zoals afgaand op eerste intuïtie, over mij bedoeld is.
Goed, als je het op deze manier voor jezelf wil winnen. Of mij niet mag, of een ander wil helpen, of (door roddels) vindt dat iets niet goed genoeg voor me is. Of andersom.
Bij alle voorvallen observeerde ik, maar vulde niet meteen in. Het vreemde is dat recent een bepaalde observatie waar ik niets bij invulde anoniem bevestigd en daarna weerlegd werd. Wat ergens opmerkelijk is, want ik schreef er nergens inhoudelijk over. Vertelde niemand erover. Zelfs geen minimalistische uitleg. Ik las alleen de anonieme richtingaanwijzer. Dit impliceert dat er inhoudelijk kennis was van die observatie. En dat laat ik dan maar weer, is niet van mij.
En ja, ik denk vaak naïef dat iedereen goede bedoelingen heeft. Ik hield handen boven hoofden. Zweeg na een oud leermoment over namen van accounts. Deelde gloeiend bewijs niet. Hield er rekening mee dat iemand het goed met me voor kan hebben. Of niet de boeman is. Dit is ook de hoofdreden dat ik niemand aansprak op het bovenkomen van een belangrijke dierbare slogan en een ludiek idee van diezelfde lentedag. Omdat ik niet mee wil gaan in het spel. Nauwelijks kan geloven dat mensen dat bewust doen. Ik niet wil geloven dat het waar is dat ik daar gehaat wordt. Ik die mensen niet opzadelen wil met wat richting mij gedaan wordt. Omdat ik voorvoel dat het als een beschuldiging zou overkomen. Ze dat wellicht zo zouden opvatten, terwijl het alleen delen zou zijn (en is) van iets heel zorgelijks – wat zichtbaar is. Waar al vaker bewijs voor kwam in mijn leven. In het geval dat het meer dan toevallig is, vermoed ik dat iemand die dat misschien (kijk wat ik schrijf; openlaten, mensen niet willen kwetsen, terwijl mijn grenzen dagelijks worden overschreden door u) doorspeelde. Zodat het indirect weer terugkomt en ik dat zie. Want ik beschuldigde nergens. Ook al schreef u anoniem zoiets van “Dat is een loeizware beschuldiging”. In die gaslighting trap ik niet. En trouwens, u toonde hiermee ook te weten wat er gebeurde, terwijl toen niets openbaar stond uitgelegd. ;)
Misschien gaat het om mij uitdagen voor mezelf op te komen en het te verpesten. Het zélf te verpesten. Terwijl zij het brein erachter zijn. Dankuwel, ik snap nu beter dat jullie dan eensgezind zijn: tegen mij.
Want anders had iemand me gewoon even apart kunnen nemen. Zeg Joyce, ik wil je iets vertellen, hou het alsjeblieft voor jezelf. Maar dan weet je, dan weet je dat je niet meer hoeft te dromen, verlangen, voelen, hopen, verwachten, zien, lieven, wensen, wachten. Of nou ja, dat mocht ik dan zelf bepalen. Of ik dat (desondanks) doe.
Maar wie waakt over mijn veiligheid en die van mijn kinderen? Wie zorgt dat dit stopt, want u gaf zelf aan dat het altijd doorgaat. Ik vraag niet om deze negativiteit en dreiging, of dat mensen met elkaar praten. Los daarvan: iedereen mag zelf bepalen hoe dit leven te leiden. En je kunt een ander iets gunnen. Want wanneer ú denkt dat iemand niet goed zou zijn en mij van alles de schuld geeft, dan is dat aan diegene daarmee te leven. Daarvoor hoeft u mij niet aan te vallen. Ik kan anders zien.
Zo, nu mijn zonnebril weer op. Die met die gouden stralen, die ik zelf kies. Of mijn Landoogbril, die we ’s middags op 12 april met het team ook hardop benoemden, en om lachten om zeker uit te voeren. Want ook al ligt in mijn ogen nu onverbloemd nog even verdriet en geschoktheid (zelfs terwijl ik tussendoor (glim)lach), ben ik ontdaan en onthutst en zat er een zweem boosheid richting mezelf (dat ik erin trapte) of wil ik behalve opgeven ook in opstand komen en mag dat allemaal zijn: ik heb geduld met mezelf en laat weerstand en schimpscheuten dagelijks gaan en ‘draag’ in wezen vooral moois mee.

Comments